VOORAFGAANDE BEMERKINGEN
PRINCIPIËLE STELLINGNAME
PREVENTIE IN HET ALGEMEEN
ONTVANGEN, DOORGEVEN EN GEBRUIK VAN INFORMATIE
MAATREGELEN BIJ HET OVERSCHRIJDEN VAN BEPAALDE GRENZEN
OVERTREDINGEN WORDEN BESTRAFT CONFORM HET ORDE- EN TUCHTREGLEMENT
Strategie:
Een leerkracht of een opvoeder kan niet alleen (op zijn/haar eentje)
optreden en op eigen initiatief de ouders verwittigen. De directie en/of
het CLB worden onmiddellijk verwittigd. Dit gebeurt met de nodige discretie
t.o.v. medeleerlingen en collega's. Hierbij wordt de anonimiteit van
zowel informant als gebruiker gewaarborgd. Alle aandacht gaat naar de
begeleiding van de leerling, niet naar de drugs zelf. De oplossing van
een drugprobleem ziet er immers niet anders uit dan de oplossing van
enig ander probleemgedrag.
Indien de leerling zich niet houdt aan het begeleidingsplan, wordt de
tuchtprocedure opgestart, die kan leiden tot definitieve uitsluiting.
wordt steeds een tuchtprocedure opgestart die kan leiden tot uitsluiting. Indien niet tot uitsluiting wordt overgegaan wordt er een schriftelijk begeleidingsplan afgesproken. Indien de leerling zich daar niet aan houdt, dan volgt de procedure tot definitieve uitsluiting. Alleen dealers worden aan de politie gesignaleerd.
Wanneer een leerling met een drugsprobleem spontaan hulp inroept bij de directie of een leraar, dan zal de school hem helpen, zoals dit ook gebeurt bij een ander ernstig gedragsprobleem.
In dit verband zijn de bereikbaarheid en het kunnen luisteren zeer belangrijk. Nochtans zal de vertrouwenspersoon de leerling niet psychologisch begeleiden, aangezien hij hiervoor niet specifiek is opgeleid. Hij overlegt wel met CLB hoe de leerling het best kan geholpen worden. De ervaring leert dat de meeste leerlingen die om hulp vragen en begrip ondervinden, akkoord gaan met een doorverwijzing. De vertrouwenspersoon blijft betrokken bij de begeleiding in die zin dat hij geïnformeerd wordt over de verdere evolutie van de leerling, die weet dat hij altijd bij de vertrouwenspersoon terecht kan.
Begeleiding van een gesanctioneerde leerling is erg belangrijk. De leerling kan op school een vertrouwenspersoon vinden die hem verder begeleidt: een klasleerkracht, een leerlingenbegeleider, iemand anders. In sommige gevallen moet ook aangedrongen worden op externe begeleiding van de betrokken leerling. De school moet erover waken dat de vertrouwensband tussen een betrokken leerling en zijn ouders niet volledig breekt. Het ligt voor de hand dat de ouders de eerste en beste begeleiders van hun kind zijn. De leerling zelf de zaken thuis laten of doen vertellen en een gesprek tussen directie, ouders en leerling kunnen naar ouders en leerling toe de zaken in een juister perspectief plaatsen.
Wij willen de leerling de kans geven om de hele zaak zelf aan zijn
ouders uit te leggen. Dit moet de dag zelf nog gebeuren, zo niet neemt
de directeur het initiatief om een afspraak te maken met de ouders.
De ouders en de leerling zullen steeds uitgenodigd worden tot een gesprek
met de directeur, tenzij het gaat om meerderjarige leerlingen die niet
meer rechtstreeks afhankelijk zijn van hun ouders.
De intentieverklaring wordt zo snel mogelijk besproken en ter ondertekening voorgelegd. Onmiddellijk wordt dan een verdere begeleiding afgesproken en opgestart.
In zeer erge gevallen, wanneer het bij voorbeeld om dealen gaat, wanneer een leerling een gevaar wordt voor zijn medeleerlingen, wanneer wij er niet in slagen om de leerling tot betere gevoelens en een ander gedrag te brengen, kan beslist worden een leerling definitief te schorsen. Natuurlijk moet ook hier de voorziene procedure worden gerespecteerd.