U bevindt zich hier:thuis>reglement

Vlaanderen Brussel Europa

reglement

detail image 1
detail image 1
detail image 1
detail image 1

een drugbeleid voor onze school

VOORAFGAANDE BEMERKINGEN

  1. Als wij het verder over drugs hebben, bedoelen wij hiermee op de eerste plaats wat de meeste mensen in ons land hieronder verstaan: marihuana, LSD, cocaïne, heroïne, ....
    Sommigen gebruiken hiervoor de omschrijving illegale drugs, omdat deze producten in België door de wet verboden zijn.
    Alcohol, tabak en bepaalde geneesmiddelen zijn evenzeer drugs en zij kunnen evenzeer nefaste gevolgen hebben, zeker bij verkeerd en bovenmatig gebruik. Wij mogen de problematiek van deze laatste drugs niet onderschatten en ons beleid moet ook hierop gericht zijn.

  2. Het imago van onze school is niet onbelangrijk. Het mag echter nooit onze eerste en zeker niet onze enige bekommernis zijn. Het zou al te gemakkelijk zijn al wat en al wie het imago van onze school schaadt, systematisch te verwijderen. Wij zouden dan een eliteschool in de slechte betekenis zijn, asociaal en onchristelijk.

PRINCIPIËLE STELLINGNAME

  1. Wij vinden het niet goed dat onze leerlingen drugs gebruiken, niet op school, niet erbuiten. Wij willen onze leerlingen ertoe brengen dat zij er niet aan beginnen. En als ze toch ermee begonnen zijn, willen wij hen helpen om ervan af te geraken.
    Hetzelfde geldt met de noodzakelijke nuanceringen voor maatschappelijk aanvaarde en door de wet (althans vanaf een bepaalde leeftijd en met bepaalde restricties) toegelaten drugs: alcohol, tabak, bepaalde geneesmiddelen.

PREVENTIE IN HET ALGEMEEN

  1. Voorkomen is natuurlijk altijd beter dan genezen. Dit moet eerst en vooral worden nagestreefd door een gunstig algemeen klimaat thuis en in de school, door een opvoeding en een algemene vorming die wij samen met de ouders aan onze leerlingen proberen te geven.
    Wij moeten proberen onze leerlingen zekere waarden bij te brengen. Niet alle wensen kunnen worden gerealiseerd. Niet alles kan, niet alles mag.
    Soms kan iets wel, maar niet onmiddellijk, niet op elke leeftijd. En soms zal men zich veel inspanning en veel geduld moeten getroosten om iets te kunnen realiseren in het leven. Jongeren moeten leren genieten, maar niet ten koste van alles. Zij moeten ook leren door de vorming van hun persoonlijkheid zich assertief op te stellen tegenover de groepsdruk en tegenover onverantwoorde nieuwsgierigheid. In een irreële wereld vluchten voor het kleine en het grote verdriet, voor het lijden, voor de inspanning biedt geen oplossing.

PREVENTIE IN HET BIJZONDER

  1. Voorkomen kan ook door de leerlingen tijdig informatie te bezorgen over de nadelige gevolgen en de gevaren van het gebruik van drugs, alcohol, tabak en bepaalde geneesmiddelen. Dit moet systematisch gebeuren tijdens de les. En liefst, als het mogelijk is, door personen die met de school verbonden zijn en die achter onze beleidsvisie staan: leerkrachten, CLB-team, schoolarts, ...
    In onze school wordt Leefsleutels in de eerste graad aan de leerlingen aangeboden. Een groot aantal leerkrachten werd opgeleid om Leefsleutels te geven. Meestal geeft de klassenleraar dit, dikwijls samen met de collega godsdienst.

ONTVANGEN, DOORGEVEN EN GEBRUIK VAN INFORMATIE

  1. Leerlingen die toch met drugs in aanraking zijn gekomen, moeten weten dat zij altijd uit eigen beweging terecht kunnen voor hulp bij de klassenleraar, bij gelijk welk personeelslid, bij een leerlingenbegeleider, bij het CLB of bij de directie, zonder dat zij hoeven bang te zijn voor enige sanctie.

  1. Onze leerlingen hebben recht op eerbied voor het vertrouwen dat zij stellen in hun klassenleraar, in een leerlingenbegeleider, in gelijk wie. Zij mogen niet uitgaan van de veronderstelling dat alles wat zij aan iemand toevertrouwen, spoedig over de hele school bekend is. Het is zelfs goed dat zij ondervinden dat dit niet zo is. Zij hebben ook recht op de bescherming van hun privacy en hun integriteit. Het doorgeven van informatie aan directie, aan de klassenraad, aan het leerkrachtencorps mag slechts als bedoeling hebben de betrokken leerling beter te kunnen helpen en eventueel andere leerlingen beter te kunnen beschermen. Het gebruik van deze informatie mag alleen dezelfde bedoeling hebben. Elke allusie, elke insinuatie die gemaakt wordt in of buiten de klas is er beslist één teveel.

  1. Het coördineren en centraliseren van informatie lijken anderzijds onontbeerlijk voor een goed beleid. Dit gebeurt onder de verantwoordelijkheid en met het medeweten van de directeur. In het begeleidingsteam zitten steeds de directeur, de adjuncten, de klassenleraar, het CLB, de leerlingenbegeleider en de verantwoordelijke studiemeester, eventueel ook een vertrouwensleerkracht. Tegenover de directeur bestaat een meldingsplicht waar het gaat om het gebruik van illegale drugs. En toch kan iemand in eer en geweten in bepaalde omstandigheden oordelen dat hij zwijgrecht, ja zelfs in bepaalde gevallen zwijgplicht heeft. Tegenover de leerling mag hij zich hiertoe echter nooit engageren voor een lange periode.

MAATREGELEN BIJ HET OVERSCHRIJDEN VAN BEPAALDE GRENZEN

  1. grenzen

    Op school en in de omgeving van de school mogen leerlingen geen drugs, geen alcohol (en geen tabak) bij zich hebben, aanzetten tot druggebruik, drugs gebruiken, doorgeven of verkopen. Dit geldt ook voor pijnstillers, kalmeermiddelen, slaapmiddelen en amfetamines, tenzij deze door een arts werden voorgeschreven. Als een leerling hierop betrapt wordt, is een sanctie voorzien. Dit zal ook gebeuren wanneer de gevolgen van druggebruik waarneembaar zijn in de les. Zoals dit altijd natuurlijk het geval moet zijn, moet een straf op de eerste plaats gezien worden als een hulp. Al was het maar doordat de leerling gewezen wordt op de ernst van de zaak. Een gesprek met de ouders zal zeker plaatsvinden.

  2. maatregelen

  3. Bij het bepalen van de sanctie maken wij uiteraard onderscheid naargelang van de aard van het product, het éénmalig of het frequent gebruik, de context, of het gaat om gebruik of om verslaving, of het gaat om gebruiken of dealen.

OVERTREDINGEN WORDEN BESTRAFT CONFORM HET ORDE- EN TUCHTREGLEMENT

  1. bij betrapt worden op bezit of gebruik van illegale drugs

    • worden de ouders van de betrokken leerling verwittigd

    • wordt een tuchtdossier aangelegd

    • wordt beroep gedaan op deskundige hulpverleners

    • wordt er schriftelijk een begeleidingsplan afgesproken

    strategie

    Een leerkracht of een opvoeder kan niet alleen (op zijn/haar eentje) optreden en op eigen initiatief de ouders verwittigen. De directie en/of het CLB worden onmiddellijk verwittigd. Dit gebeurt met de nodige discretie t.o.v. medeleerlingen en collega's. Hierbij wordt de anonimiteit van zowel informant als gebruiker gewaarborgd. Alle aandacht gaat naar de begeleiding van de leerling, niet naar de drugs zelf. De oplossing van een drugprobleem ziet er immers niet anders uit dan de oplossing van enig ander probleemgedrag.
    Indien de leerling zich niet houdt aan het begeleidingsplan, wordt de tuchtprocedure opgestart, die kan leiden tot definitieve uitsluiting.

  2. bij betrapt worden op het verhandelen van illegale drugs

    wordt steeds een tuchtprocedure opgestart die kan leiden tot uitsluiting. Indien niet tot uitsluiting wordt overgegaan, wordt er een schriftelijk begeleidingsplan afgesproken. Indien de leerling zich daar niet aan houdt, dan volgt de procedure tot definitieve uitsluiting. Alleen dealers worden aan de politie gesignaleerd.

  3. bij spontane vraag om hulp vanwege de leerling

    Wanneer een leerling met een drugsprobleem spontaan hulp inroept bij de directie of een leraar, dan zal de school hem helpen, zoals dit ook gebeurt bij een ander ernstig gedragsprobleem.

    • er wordt met de leerling overlegd of het nodig is zijn ouders te contacteren

    • er wordt (nog) geen tuchtdossier aangelegd

    • de anonimiteit van de leerling wordt geëerbiedigd

    • er wordt een beroep gedaan op deskundige begeleiders

    In dit verband zijn de bereikbaarheid en het kunnen luisteren zeer belangrijk. Nochtans zal de vertrouwenspersoon de leerling niet psychologisch begeleiden, aangezien hij hiervoor niet specifiek is opgeleid. Hij overlegt wel met CLB hoe de leerling het best kan geholpen worden. De ervaring leert dat de meeste leerlingen die om hulp vragen en begrip ondervinden, akkoord gaan met een doorverwijzing. De vertrouwenspersoon blijft betrokken bij de begeleiding in die zin dat hij geïnformeerd wordt over de verdere evolutie van de leerling, die weet dat hij altijd bij de vertrouwenspersoon terecht kan.

  4. begeleiding

    Begeleiding van een gesanctioneerde leerling is erg belangrijk. De leerling kan op school een vertrouwenspersoon vinden die hem verder begeleidt: een klassenleerkracht, een leerlingenbegeleider, iemand anders. In sommige gevallen moet ook aangedrongen worden op externe begeleiding van de betrokken leerling. De school moet erover waken dat de vertrouwensband tussen een betrokken leerling en zijn ouders niet volledig breekt. Het ligt voor de hand dat de ouders de eerste en beste begeleiders van hun kind zijn. De leerling zelf de zaken thuis laten of doen vertellen en een gesprek tussen directie, ouders en leerling kunnen naar ouders en leerling toe de zaken in een juister perspectief plaatsen.

  1. informeren van de ouders bij betrapt worden

    Wij willen de leerling de kans geven om de hele zaak zelf aan zijn ouders uit te leggen. Dit moet de dag zelf nog gebeuren, zo niet neemt de directeur het initiatief om een afspraak te maken met de ouders.
    De ouders en de leerling zullen steeds uitgenodigd worden tot een gesprek met de directeur, tenzij het gaat om meerderjarige leerlingen die niet meer rechtstreeks afhankelijk zijn van hun ouders.

  1. de intentieverklaring

    De intentieverklaring wordt zo snel mogelijk besproken en ter ondertekening voorgelegd. Onmiddellijk wordt dan een verdere begeleiding afgesproken en opgestart.

  2. uitsluiting

    In zeer erge gevallen, wanneer het bij voorbeeld om dealen gaat, wanneer een leerling een gevaar wordt voor zijn medeleerlingen, wanneer wij er niet in slagen om de leerling tot betere gevoelens en een ander gedrag te brengen, kan beslist worden een leerling definitief te schorsen. Natuurlijk moet ook hier de voorziene procedure worden gerespecteerd.